Bandenspanning

Bij de staat van je auto, motor of scooter denk je meestal aan een onderhoudsbeurt, het poetsen tot je voertuig mooi glimt en of er natuurlijk wel voldoende brandstof in de tank zit. Maar wist je dat het ook belangrijk is om regelmatig de bandenspanning te checken? Veel bestuurders weten hier niet veel vanaf, ondanks het feit dat de bandenspanning een veelgevraagd onderdeel is op het theorie-examen. Geen overbodige luxe om je hier beter op voor te bereiden!

In dit artikel hebben we de voornaamste informatie over bandenspanning voor jou overzichtelijk op een rijtje gezet. Dit moet je namelijk ook kennen voor het theorie-examen.

Wat moet je voor de auto-theorie weten over bandenspanning?

Om je autorijbewijs te halen, moet je naast een praktijkexamen ook een theorie-examen (oefenen hier het theorie examen) afleggen. Bandenspanning is op het theorie examen een onderdeel waar praktisch altijd een of enkele vragen over worden gesteld. Je moet kunnen aangeven wat de gevolgen zijn van een te lage en te hoge bandenspanning zoals in dit artikel wordt uitgelegd.

Daarnaast kun je op het auto-theorie-examen een afbeelding voorgeschoteld krijgen met een band op de juiste, te hoge en te lage bandenspanning. Jij moet kunnen selecteren welke band de juiste spanning heeft. Bij theorie-examens voor scooter en motor geldt dat je eveneens moet kunnen selecteren welke scooterband of motorband de juiste spanning heeft om veilig en comfortabel te kunnen rijden.

Waarom is bandenspanning belangrijk?

Er zijn meerdere redenen waarom het belangrijk is om met de juiste bandenspanning de weg op te gaan. Banden lopen na verloop van tijd altijd langzaam leeg, zelfs als je niet vaak met je auto, motor of scooter op pad gaat.

Goede redenen om je bandenspanning te controleren zijn:

  • Zuinig en milieubewust rijden: wie ‘groen rijdt’, belast zo min mogelijk het milieu. Groen rijden kun je bewerkstelligen door regelmatig je bandenspanning te controleren, doe dit 1 x per maand. Met de juiste bandenspanning zorg je ervoor dat je auto het milieu zo min mogelijk belast.
  • Het bespaart geld: wanneer je zuiniger rijdt, verbruik je minder brandstof. Groen rijden kan je veel kosten per jaar schelen! Het controleren van de bandenspanning is dus goed voor je portemonnee.
  • Banden slijten minder snel: een te lage bandenspanning zorgt voor extra bandenslijtage. Dat geldt zowel bij hoge als bij lage snelheid. Te zachte banden zullen bij elke snelheid vervormen en extra slijten. Dat is slecht voor de banden en voor jouw veiligheid.

Deze redenen voor een correcte bandenspanning zijn ook belangrijk om te weten voor het theorie-examen.

Wat is het gevaar van een te lage of te hoge bandenspanning?

Veiligheid staat voorop in het verkeer. Een te hoge of te lage bandenspanning is onder alle omstandigheden nadelig met als gevolg: de remweg neemt toe, de wegligging neemt af, grote kans op een klapband en je hebt minder grip in bochten. Een te lage of te hoge bandenspanning kan dus gevaarlijke gevolgen hebben voor jou als bestuurder en voor je medeweggebruikers!

Als de banden te hard zijn opgepompt (te hoge bandenspanning) is het contactoppervlakte met het wegdek aanzienlijk kleiner. De banden zullen dan in het midden van het loopvlak veel sneller slijten. Door dit minder contact met het wegdek zal de wegligging afnemen, vooral in bochten, en zal de remweg toenemen.

Zijn de banden te zacht dan heeft het midden van het loopvlak minder contact met het wegdek en zullen de zijkanten van het loopvlak harder slijten. De banden vervormen meer, worden warmer en zorgen voor een instabiel weggedrag met name in bochten.

Hoe controleer ik de bandenspanning?

Banden van een voertuig lopen ongemerkt leeg, hier zie je over het algemeen niet zo snel iets van. Welke bandenspanning je het beste aan kunt houden verschilt per voertuig, maar ook per merk en gewicht van je auto, motor en scooter. Bandenspanning wordt uitgedrukt in ‘bar’. Eén bar staat voor één atmosfeer, oftewel de druk van de buitenlucht. Meestal vind je in het instructieboekje, op het klepje van de tank of – in het geval van een auto – de binnenkant van de zonneklep, wat de optimale bandenspanning is voor jouw vervoersmiddel. Hieronder leggen we je per voertuig uit hoe je de bandenspanning kunt controleren.

Bandenspanning van de auto

De bandenspanning van je auto kun je zelf meten met behulp van een bandenspanningsmeter. Controleer de spanning bij koude banden, dus niet na een lange rit. Gewoonlijk ligt de bandenspanning van een personenauto tussen de 1,8 en 3,2 bar. Bandenspanningsmeters zijn op veel openbare plekken te vinden. Denk bijvoorbeeld aan garages, wasstraten, parkeerplaatsen, en tankstations.

Voor alle soorten metingen geldt dat het pompje van de meter aan het ventiel van de autoband bevestigt dient te worden. Vervolgens geeft de meter met een piepje de precieze bandenspanning aan. Hoeveel bar de autoband dient te hebben verschilt, naast grootte en merk, tevens tussen zomer- en winterbanden. Winterbanden hebben 0,2 bar meer nodig bovenop de ideale bandenspanning van jouw auto.

Bandenspanning van de motor

De door de fabriek voorgeschreven bandenspanning garandeert optimale rijeigenschappen en de langste levensduur van de band. Ga je rijden met veel bagage of met een passagier achterop? Dan mag je de bandenspanning van de achterband 0,2 bar verhogen. Het meten van de bandenspanning van de motor kan gemakkelijk via een luchtpomp bij een tankstation. Daarnaast zijn er voor motoren speciale ventieldoppen op de markt die rood kleuren wanneer de bandenspanning te laag is.

Bandenspanning van de scooter

De bandenspanning van de scooter is gemiddeld 2 bar. Hoeveel bar de scooterband precies is verschilt tussen het voor- en achterwiel. Het voorwiel is idealiter 2,1 bar en het achterwiel 2,5 bar.

Theorie leren?

Snel je theorie leren? Bezoek onze shop voor theorieboeken en oefenexamens, zowel online als offline.